Van de regisseur van BESHKEMPIR weer een portret van een jongen in ontwikkeling, dit keer van puber tot volwassene. Jonge Kirgies wil nog van alles mee maken voor hij het leger in moet.
Deze film is min of meer het vervolg op BESHKEMPIR, een jaar of vijf later. De twaalfjarige jongen die aan het eind van BESHKEMPIR een puber was geworden, is nu een zeventienjarige, op de grens van volwassenheid. Hij wordt opnieuw gespeeld door de zoon van de regisseur.
Ergens in de bergen van Kirgizië doodt hij de tijd met rondhangen met zijn vrienden en achter de meisjes aanjagen. Dat laatste wil niet erg lukken, misschien wel vanwege zijn flinke flaporen (vandaar zijn bijnaam en de titel: DE AAP). Hij kan ieder moment opgeroepen worden voor militaire dienst. Vrolijk is zijn leven niet: hij moet zijn alcoholische vader ook nog in toom zien te houden en het dorp en de bergen hebben hem maar weinig te bieden.
Abdikalikov houdt toch een luchtige toon, door bijvoorbeeld op een bijna magisch-realistische manier allerlei dieren op te voeren, en door de mysterieuze muziek. Waar BESHKEMPIR wat meer leunde op specifiek Kirgizische elementen, is dit een veel universeler verhaal. Maar de overeenkomst is dat Abdikalikov met weinig woorden en treffende beelden een mooi portret van de ontwikkeling van kind tot man schetst.
©2006 - 2009 Stichting Filmhuis Delft